Met zestien jaren op de teller, lag onze wagen enkele weken geleden op apegapen. Sedert vorige woensdag prijkt er een nieuw en veel kleuriger exemplaar op onze oprit. Het staalblauw pimpt als het ware onze straat op! Met de jaren op onze teller, moeten Manlief en ik het rijden met alle technische snufjes nog onder de knie krijgen, maar het lukt. Want … we kochten een basic wagen met ouderwetse versnellingen en dorst naar enkel benzine. Méér hoeven we niet, gezien onze ritjes zich vooral beperken tot boodschappen doen en bezoekjes in de omgeving. Van verre afstanden hebben we geen brood meer gegeten, dat krijg je als mens met jaren op de teller. Ik hoor het jullie al denken: ze is pas zeventig en leeft als één van negentig! Laat ik zeventig nu toch zo jong niet meer vinden. Neen, ik voel me nog jong, maar ik ben oud. Mag ik dat zo stellen? Voor mezelf wel, maar voor velen rondom mij is dit ‘not done’. De tachtigers, vriendinnen van jaren, wil het gewoonweg niet horen. Die vinden mij nog een piepkuiken, maar volgens mij kan een beetje realistische kijk op het leven geen kwaad. Als jonge springers van toen, zijn we nu oude snaken. De aankoop van een nieuwe wagen zal, met de jaren op onze teller, hoogstwaarschijnlijk de laatste in onze loopbaan zijn. Moet je daar triest van worden? Moet je dat verbloemen? Neen, je moet gewoon blij worden van het feit, dat je zoveel jaren op je teller kreeg. En dus kom ik nu elke dag buiten en tekent het staalblauw op onze oprit een glimlach op mijn gezicht.

Deze namiddag stuurde een vriendin mij enkele foto’s. Ze verkoopt haar huis en gaat op een appartement wonen. Zo’n veranderingen nopen tot opruimen en dus dook ze vandaag blijkbaar in haar fotoboeken. Op haar teller staan er evenveel jaren als bij mij. De foto’s dateerden uit een ver verleden. Samen op school. Pas gehuwd. Pas kersverse ouders toen. Jong en met oog voor de toekomst. Geluk en ongeweten verdriet in het vooruitzicht. Verhalen, die nog moesten geschreven. Nu, de dag van vandaag, beiden zeventig plussers met doorleefde jaren op de teller. Ik zie mezelf op één van de foto’s: knap en jong. Zo heb ik mezelf nooit bekeken, vond mezelf nooit knap. De foto maakt me blij, de twintiger van toen lacht me toe. Alleen jammer, dat ik toen zo weinig zelfvertrouwen had. En ja … ondertussen zijn we oud, maar voelen ons nog jong. We lijden alleen aan de ziekte: PHKD: Pijntje Hier, Krakje Daar (van een vriend doorgekregen). Klagen is dus geen optie!

zij is

de tachtig

al voorbij

ik zit

pas aan

de zeven plus

zij vindt

me nog

een groentje

ze ziet

me nog

de wereld dragen

grenzen verleggen

terwijl ik

me alleen

in alle rust

maar oud

wil noemen

wil weten

omdat het mag

van mezelf

Doris Dorné – 3 februari 2026

Eén reactie

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *