Gisteren nog een paar kiekjes doorgekregen van diezelfde vriendin van de vorige spinsel. Ze schreef: ‘uit onze jonge jaren’. Waar ze genomen waren, wist ze niet meer. Ook haar heeft het leven immers getekend, grote stukken verleden in haar hoofd gewist. Het waren foto’s genomen op een klasreünie, vijftien jaar na ons afstuderen in ’t Kafje (koninklijk atheneum te Veurne). Het was een samenkomst georganiseerd door mij en twee vriendinnen. Zelf kwam ik uit de Economische en omdat ik wist, dat de Latijnse en de Wetenschappen op mijn uitnodiging niet zouden reageren, had ik twee afgezanten van die richtingen gecontacteerd, om ook hun handtekening te zetten. Het resulteerde in een mooi resultaat, we waren die bewuste dag met een toffe bende! Een superleuke namiddag in het toen nog aantrekkelijke vakantiedomein Ysermonde. We aten pannenkoeken en gingen daarna met zijn allen aan het bowlen. Ondertussen zijn tearoom, bowling en zwembad al lang verleden tijd. Afgebroken, het domein ligt verwaarloosd te wachten op de bouw van een rits appartementsgebouwen. De herinnering blijft, voor de één helder, voor de ander nog slechts een vaag gegeven verdwenen in de mist van de tijd.

De reünie tekende voor de laatste leuke namiddag. Twee weken later belandden we met Benjamin in het UZ Gent, na de diagnose ‘kanker in mijn kind’. Van ‘jonge jaren’ was op slag geen sprake meer. Zo word je in een paar minuten honderd jaar ouder en blijf je dat voor de rest van je leven. Van zorgeloos naar radeloos. Van geborgen thuis naar eenzaam en verloren in een klinische blokkendozenstad. Van vol vertrouwen naar wurgende angst en nooit meer veilig voelen. Ik liep verloren tussen schuldgevoel en verdronk in machteloosheid. Vijfendertig was ik en van jong zijn was geen sprake meer. Weg waren mijn ‘jeugdige’ dertiger jaren. Het doek viel voor altijd. Op de kinderkankerafdeling schreeuwde een oneerlijke wereld me toe. Ik stond erbij, keek ernaar. Woordeloos, geslagen en gebroken. Om nu, jaren en jaren later, nog vaak steeds weer en weer diezelfde film af te draaien. Niet te kunnen vergeten, de angst nog te voelen en te weten, hoe talloze gevallen tranen me boetseerden tot iemand anders. Neen, nooit meer word je nog wie je was of had kunnen zijn. Neen, nooit meer, nooit meer word je nog jezelf nadat je jouw kind moedig, maar kansloos zag vechten tegen de dood. Nadat je je kind zag en wist sterven neemt je leven een totaal andere wending.

En natuurlijk weet ik nog waar ik die bewuste foto’s van ‘onze jonge jaren’ nam en hoe mooi en warm en leuk die namiddag toen was. Een onbezorgd genieten, terwijl het noodlot ongeweten boven onze jonge hoofden zweefde.

blijven zwemmen

in de liefde voor

je gestorven kind

voelt vaak eenzaam

maar …

meegenomen door

te sterke stroming

kopje onder gaan

geen optie

spartel je

telkens weer

op drijfkracht

je hoofd

boven water

gesterkt door

de liefde voor

je gestorven kind

Doris Dorné – 22 februari 2026

Eén reactie

  1. Dag Doris

    ik lees jouw spinsels nog altijd, tenminste als mijn laptop zin heeft. Heb hem weer eens moeten reanimeren!

    ik herken de melancholie en nostalgie in jouw woorden zo duidelijk. Het is zo waar…er zal altijd een “voor” en een “na” zijn.
    Ik ondervind dat ook. Ik probeer het een plaats te geven in mijn leven, soms lukt het, soms niet.

    Warme groet
    ginette

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *