We zijn nu al zo’n twee weken verder in coronatijd (of zijn het er drie?), sedert het startschot werd gegeven voor de heropening van de kapperszaken. Nooit gedacht, dat zoveel mensen letterlijk met de handen in het haar zaten en dat de rush op een vrije kapperstoel tot een stormloop zou leiden. Het leek wel alsof een knip- of kleurbeurt, na twee maanden verplichte ontzegging, voor velen van levensbelang was. Overal waar je kwam, hoorde je mensen bezig over hun haarperikelen en hun haast om toch maar bij de eersten te zijn, die onder handen zouden genomen worden. Vreemd! Zelf kan ik daar niet echt over meepraten. Ik vereer de kapper jaarlijks zo’n vier keer met mijn visite. Van mij zal zij/hij zeker niet rijk worden. Bovendien bezit ik supergoede haargenen (toch iets wat de moeite waard is) wat kleur betreft en zijn spoelingen of schilderexploten niet aan mijn hoofd besteed. Dit voordeel heb ik te danken aan mijn Moeder, die op haar zesentachtigste nog altijd jong en puur natuur donkerblond oogde. Mijn hoofd blijft dus gelukkig wars van al wat met verf te maken heeft. De seizoenen bepalen de kleur: terwijl ik tijdens de wintermaanden donkerblond loop, zorgt de zon al van in het voorjaar voor veel lichter blonde strepen (mèchkes), zodat het lijkt alsof ik door de kapper onder handen ben genomen. Ik verdenk veel mensen ervan, dat ze mijn uitleg soms niet geloven, maar ik ben ècht ‘natuurlijk blond’. Enfin, het viel me dus op, hoe gelukkig velen waren, eindelijk weer naar de kapper te kunnen, terwijl er toch veel belangrijker dingen zijn in een mensenleven. Eerlijk is eerlijk: ook ik voel me soms ongelukkig met mijn kapsel, maar ik voel me ook nooit super gelukkig na een knipbeurt. Ooit had ik een kapster, die kon toveren met mijn haartooi. Jammer genoeg nam ze na korte tijd de benen naar het zuiden van Frankrijk. Na al die jaren ben ik nog steeds op zoek naar een waardige opvolger/volgster, maar die heb ik tot op vandaag nergens gevonden. Zo komt het dus, dat Manlief en ik hier nog altijd rondlopen met ons ‘coronakapsel’. Echtgenoot lijkt ondertussen een tweelingbroer van Einstein, het hééft wel wat. Zelf gaf ik hem al eens de vrije hand, om hier en daar bij mij wat puntjes bij te knippen. Goed voor mijn portemonnee! Mijn laatste kappersvisite dateert ondertussen van 3 december 2019, zes maanden geleden. Ik kijk de kat nog efkens uit de boom, vind het een heel gedoe met het reserveren en de mondmaskers. Toch weet ik nu al, dat ik van de één op de andere dag een afspraak zal maken, als mijn corona haren mij ten berge rijzen bij het in de spiegel kijken. Tja, geluksgevoel zit soms in het kunstige knippen en kleuren van een kappershand. Het is me nu wel duidelijk geworden, dat kappers bijzonder waardevol zijn voor de gemoedstoestand van de mensheid. Ze zijn voor velen onder ons broodnodige ‘goed gevoel kunstenaars’ in tijden van lockdown!

ik heb jou herkend

in de haarsnit van

dat kleine jongetje

weer was er

snerpende pijn

die dwars mijn

hart doorkruiste

brandende zon

op zomerse mensen

deed mijn hartzeer

feller oplaaien

die haarsnit …

dat jongetje …

ik mis je zo

in zwijgend voelen

Doris Dorné (uit ‘Van mens tot mens’ – 2000)

Eén reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *