Vriendinnen … kruisen je op elk moment in je leven.

Sommige blijven, andere laat je los.

Met vriendinnen deel je zowel blijdschap als verdriet.

Vandaag is er diep vriendinnenverdriet.

We leerden elkaar bijna veertig jaar geleden kennen. Bij de geboorte van onze oudste zoon, deelden we een kamer. Twee mensen uit verschillende ‘werelden’: jij uit het ‘landelijke buiten’, ik uit het ‘mondaine kustleven’. Jij, die ver van verleidingen woonde en er geen nood aan had, ik die er middenin huisde en ze vaak niet kon weerstaan. Vanaf het eerste moment was er de befaamde klik. We lachten wat af, die week samen in ons kraambed. De klik bleef, groeide uit tot vriendschap. Jij kreeg twee jaar later nog een zoon, ik deed er drie jaar langer over dan jij voor Benjamin geboren werd. We verloren elkaar niet uit het oog, hielden onze jaarlijkse afspraak in stand. Toen Benjamin ziek werd, stond ons leven langer dan een jaar ‘on hold’, maar we verloren elkaar niet uit het oog. Ook niet toen hij stierf. We zijn nu vele jaren verder en het leven is nietsontziend. Een drietal jaar terug kreeg jouw oudste, vader van drie, de diagnose ‘kanker’. Gisteren is hij gestorven, hij zou veertig worden in oktober. Jij verliest net als ik je kind. Wij delen niet alleen de geboorte van ons kind, maar ook de dood van een kind. Mijn hart huilt en breekt, om de oneerlijkheid van het leven en het verdriet rondom mij. Ik weet wat er nu komt: een tsunami gemis, pijn en verlangen. Troosten kan niet, maar ik zal er voor je zijn.

We stonden jaren naast en met elkaar, elke vrijdagavond op de club van onze mannen. We zorgden voor het spijzen van de clubkas. Vriendinnen ten dienste van de hobby van onze wederhelften. Acht jaar geleden kreeg je de diagnose ‘borstkanker’. Een periode van angst en twijfel. Je vocht je een weg terug met veel moed en kracht. Bewonderenswaardig! Twee weken geleden belde je me. Slecht nieuws, zei je, de kanker is terug. Hoe moeilijk moet het zijn, om te blijven geloven, dat het goed komt? Hoe zwaar weegt de angst? Troosten kan niet, maar ik zal er voor je zijn.

We kennen elkaar nog niet zo lang. Een viertal jaar. Onze moeders deelden dezelfde living in het woonzorgcentrum. Je kwam er elke dag, al zoveel jaren lang. Chapeau. Ik bewonder je. Het klikt tussen ons. Een tijd geleden kreeg je man de diagnose ‘kanker’. Elke behandeling faalde en dat is hartverscheurend. Ik weet, dat je hem met tedere zachtheid omringt en op handen draagt. Troosten kan niet, maar weet dat ik er voor je ben.

een kaartje …

een woordje …

kleine dingen

die donkere dagen kleuren

en harten warmen

als verdriet zich stapelt

tot onoverkomelijk ontroostbaar

Doris

Eén reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *