Beste blezertjes (bloglezertjes), jullie zullen je misschien soms wel de bedenking maken, dat ik veel over Benjamin spinsel, maar dat mijn oudste omzeggens niet vermeld wordt en daardoor een beetje buitengesloten lijkt, als het ware in de kou blijft staan. Of mijn eerstgeborene het leuk vindt of zou vinden, dat ik hier af en toe iets over hem neerpen, daar heb ik het raden naar. We zijn niet zo’n familie, die alles op social media gooit, een beetje privacy in deze tijden is goud waard. Toch wil ik hier vandaag een statement maken: ik ben bijzonder trots op Zoonlief. Hij was de beste broer ter wereld voor Benjamin, cijferde zich weg naar de achtergrond in het ziekenhuisjaar, verborg veel van zijn verdriet voor ons. Ouders hebben altijd het beste voor met hun kinderen. Of we het goed gedaan hebben, ik weet het niet. Of we het goed gedaan hebben na de dood van Benjamin … ik mag het hopen. Mijn grootste zorgen zitten in mijn twijfels daaromtrent. Hoe ga je, als nog bitter jonge zus of broer, verder om met het aftakelen en sterven van zus/broer? Wat is de impact daarvan op hun denken, voelen en leven? Zoonlief was twaalf toen Benjamin stierf, pas gestart in het middelbaar. Nieuwe school vol onbekenden, een doodzieke broer thuis … zijn rugzak was meer dan boordevol. En toch stond hij er. Kwam met prachtige resultaten naar huis, bezorgde ons geen kopzorgen. Na het middelbaar trok hij naar Gent. Tekenfilm zou het worden, maar het ingangsexamen bleek een fiasco. De ontgoocheling was immens. Dan maar gekozen voor biologie, een te makkelijke keuze, een troostkeuze, om toch iets te doen. Vier jaar later, bijna afgestudeerd, keerde hij zonder ons weten terug naar de academie voor een tweede poging. Hij slaagde dit keer wel in het ingangsexamen, pakte na zijn diploma biologie, vier jaar later ook dat van ‘animatiefilm’. Ik was zo fier als een pauw, toen zijn eindwerk, een tekenfilm van zo’n vijf minuten, op het grote doek vertoond werd in een oude cinema op Gentse bodem! Ondertussen zijn we veertien jaar verder en is hij directiemedewerker in het nieuwe GUM museum van de Gentse universiteit, maar ook papa van een jolig trio en heel begaan met zijn kroost. We wonen niet in elkaars nabijheid, we hangen niet dagelijks aan de lijn. Sommige van onze vrienden begrijpen dat niet, maar kinderen moet je loslaten, hun eigen vleugels gunnen. Als ouder moet je blij zijn, de kans te krijgen om los te laten en ze op eigen houtje te zien het groeien en bloeien. Veel en veel erger is het, als je je stervend kind moet laten gaan, dàt draagt pas het werkwoord ‘loslaten’.

3 Reacties

  1. Doris,

    Zo mooi verwoord!
    Een ongelofelijke bewonderenswaardige moeder, echtgenote en oma met een groot en warm hart.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *