Gisteren, op afspraak bij de orthopedie arts in het ziekenhuis. We zitten halfweg de drie maanden verbod tot steunen. Eerst de radiografie bezocht, waar ze bij het zien van de foto’s versteld stonden van al het ijzerwerk in mijn voet. Alles liep heel vlot. Snel aan de beurt op de radiografie, geen enkele patiënt in de volgende wachtzaal. Bij de dokter, de vaststelling, dat één wondje nog niet genezen was en mijn geteisterde stapper, teveel de neiging heeft om naar links, te trekken. Daar moet dus aan gewerkt worden en het was ook opletten voor een beginnende doorlig wonde aan mijn hiel. Of de binnenkant in orde leek op de genomen foto’s, vroeg ik? Ja, in de mate van het gedane herstelwerk, zei ze. De moed zonk me zo’n beetje in de spreekwoordelijke schoen. Opdracht is dus, om mijn voet in betere positie te krijgen met een beetje oefenen. Na de middag de telefoon genomen en een kinesist gecontacteerd. Tot mijn grote opluchting, was hij onmiddellijk bereid om vandaag langs te komen. Nog een geluk, want blijkbaar zijn alle kinesisten druk bezet. We blijven dus nog een tijdje zoet en bed en zetel gebonden. Als alles goed gaat: vervolg op 4 maart. Aan het negatieve link ik ook het positieve. Veel bekenden gezien en gesproken in een tijdspanne van een uurtje ziekenhuis. De lieve vrouw, die vroeger een kruidenierswinkeltje uitbaatte, waar ik als kind dagelijks, met een handgeschreven briefje van moeder, boodschappen deed. Waar mijn jongste zus om hesp moest en met kaas terug naar huis kwam, omdat ze het vertikte zo’n briefje te lezen. Onlangs werd ze weduwe en het alleen zijn valt haar zwaar. In de wachtzaal orthopedie zat een ons niet onbekende dame uit Nieuwpoort. Zij reed, onverwachts, samen met ons met ziekenvervoer terug naar huis. Later, wachtend aan de inkom op dat ziekenvervoer, begroette ik nog een Nieuwpoorts stel en toen er een jonge vrouw met dochtertje in buggy de draaideur naar buiten nam, bleek dat Julie te zijn, ooit de grote liefde van Benjamin in de derde kleuterklas. Ze nam de deur terug naar binnen, want we herkenden elkaar maar pas toen ze al daadwerkelijk buiten stond (met dank aan de mondmaskers). Gelukkig was er nog tijd voor een leuke babbel. Ze blijft toch speciaal, het meisje, dat Benjamins hartje sneller deed slaan. Ze had toen ‘gouden haren’ en tal van sproetjes. Er werden briefjes geschreven (met de hulp van moederlijke handen) en honderden hartjes getekend. Het was blijkbaar zo intens, dat de kleuterjuf zei: ‘straks hebben we hier een echt huwelijk’. Toch blij, dat mijn jongste zo’n mooie liefde kende in zijn veel te jonge leventje. En kijk, die ontmoeting maakt voor mij de dag tot een beetje ‘Valentijn’!

ze kleurde ooit

je kleine kinderhart

ze schilderde ooit

sterretjes in je ogen

je zag haar zo graag

je was méér dan

boordevol van het meisje

met de gouden haren

en sproetjes op de neus

en wij …

wij werden er blij van

… van dat ‘regenbooggeluk’

Doris Dorné – 15 februari 2022

Nog geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *