Zo eens per maand vallen ze hier binnen, onze drie ruwe diamantjes … de kleinkids (samen met hun ouders, natuurlijk). Ondertussen is het al weer zo’n vijf weken geleden en hadden we gisteren afgesproken. Onze oudste blies dertien kaarsjes uit en ze waren van plan naar de zee af te zakken. Jammer genoeg ging dat niet door, sneu voor ons allemaal, maar vooral voor mama Veerle, die positief testte op corona. Ja, het virusje slaat weer wild om zich heen. Geen bezoek dus. De verjaardagskadootjes hebben geen pootjes en lopen wel niet weg, maar dat worden dus vijgen na Pasen. Ondertussen zitten we bijna halfweg juli. De examens en toetsen zijn al ver verleden, de prachtige rapporten liggen nu al stof te vergaren in één of andere kast. Het grootouderlijk bewonderend bekijken en bestoeven wordt ook vijgen na Pasen. Soms voelt het toch een beetje jammer, dat ze zo’n eind weg wonen. Maar niet getreurd, we maken herinneringen die bij blijven. Momenten waar ze later met een glimlach op terugkijken. Dingen die hen, laat het ons hopen, later met liefde en warmte aan me doen terugdenken eens ik het aardse voor het eeuwige wissel.

Terwijl het buiten bakken en braden is en we overspoeld worden door zomerse toeristen, pikkel ik verder door het dagelijkse leven. Deze morgen op bezoek bij de voetendokter en goedgekeurd voor verder revalideren. De dokter in haar nopjes en ik ook. Ik geraak al een eindje van huis, gisteren zo’n twee kilometer. Op het dooie gemak, met kruk en brace, want die afstand is nog te zwaar voor een onbewapende stapper. Op de fiets durf ik nog niet, autorijden mag ik stilletjes aan beginnen oefenen. We komen er wel! Overal wordt me trouwens afgeraden nog ramen te lappen, maar verleden week was ik er druk mee bezig. Ze mochten gerust een sopje krijgen na zeven maanden ‘onthouding’. Zonder trapje, dat wel, maar een lange stok is de ultieme oplossing. En het werkt nog makkelijk ook!

Zo zomeren we de zomer door. Terwijl ik vanmorgen de scanner onderging, dacht ik aan Benjamin en de vele scanners, die hij moest ondergaan. Hoe die zomer van 1991 ook zo warm was als nu, in de glazen doorkijkkamertjes op de kinderkankerafdeling 3K6 van het UZ Gent. De temperatuur liep er soms op tot 40°C en airco was er niet. Ik draag zelden of nooit een rok, maar toen ben ik me er toch een paar gaan aanschaffen. Ik herinner me, hoe ik door het raam keek en mensen zag flaneren in zomeroutfits, terwijl mijn kind een strijd voerde op leven en dood. Ik zag volle speelpleintjes met vrolijke meisjes en jongens, terwijl mijn kind verbannen was tot binnenshuis en vriendjesloos. Ik voel nog altijd immense bewondering voor mijn kind, dat nooit zeurde of klaagde, huilde of lastig was tijdens die helse dertien maanden. Terwijl de scanner mijn voet onder de loep nam, was er alleen maar een stroom van liefde voor het kind dat mijn kind was, is en blijft. Mijn gestorven kind … de grootste kracht in mijn leven.

Eén reactie

  1. Oh Doris, alles blijft je aan Benjamin herinneren.
    Ik las net een interview in de Standaard over een papa die zijn zoontje verloor.
    Hij vergelijkt ons verdriet met liefdesverdriet maar dan een die nooit overgaat…

    Liefs.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *