‘Doet het niet!’, zou Samson zeggen. De voorbije maanden zal het al wel eens je gedachten doorkruist hebben, nu we coronagewijs geen bezoekers over de vloer mogen toelaten en dan ook niet veel verloren zielen aan de bel trekken. Of … als het ding dan als eens van zich laat horen, blijven we, brave burgers zijnde, op veilige afstand van de belletjestrekker. Deze namiddag werd de belstilte ten huize van, zelfs tweemaal doorbroken. Terwijl ik zonnetjes genietend op ons terras een vitamine D kuur onderging, kregen we onverwachts, maar ten zeerste gesmaakt bezoek, waarvoor een corona gesloten deur geen optie was. We leerden onze vrienden kennen op de kinderkankerafdeling in het UZ Gent, nu al éénendertig jaar geleden. Onze zoontjes waren even oud (drie) bij diagnose, hadden hetzelfde kankerlotje getrokken (neuroblastoom) en stierven, na tal van behandelingen, toen allebei zes in 1993. We dragen samen dezelfde schrijnende herinneringen, maar kijken met veel warmte terug op een blijvende vriendschap. Dus … zwaaide onze deur vandaag wijd open voor eerst een babbel in de zon op ons terras (veilig op afstand van elkaar) en daarna een kopje koffie/thee binnenshuis met anderhalve meter tussenruimte. Soms moet je corona durven negeren. Even later liet de deurbel zich nog eens horen. Een vriendin, die haar man vorig jaar verloor, liep even langs. Voor haar maak ik vrijdagnamiddag tijd, want zo corona rebels zijn we nu ook weer niet. Maar … onze deurbel ‘doet het wel’!

Ondertussen vraagt onze jongste kleindochter met steeds meer aandrang, wanneer ze nog eens op logement mag. Ze kijkt er zo naar uit, om eens, als een echte diva, alle aandacht op te kunnen eisen. Het is al van vorig jaar augustus geleden, dat de logeerkamer hier nog dienst deed. Iedere keer ze me aankijkt met een pruillip en een smeekbede in haar oogjes, moet ik van mijn hart een steen maken. Maar er is licht aan het einde van de tunnel, mogelijkheid tot vooruitzichten (zoals de regering en de virologen het telkens weer zo mooi verwoorden). Volgende week krijgt Manlief zijn eerste prikje. Zelf kom ik maar zo’n veertien dagen later aan de beurt, vermits ik bij de jongere (ha,ha!) generatie hoor. Eénmaal onze inenting en de daaropvolgende twee weken bruikbaarheidsdatum een feit, mogen onze kleinkids aan de bel komen trekken en elk hun logeerpartij claimen. En … onze deurbel zal het beter dan ooit doen!

Ondertussen zet de lente zich door. Ik zit omzeggens met mijn neus tussen de struiken te bloggen. Alles kleurt vijftig tinten groen, de mereltjes zingen hun hoogste lied, koolmezen pikken de laatst geserveerde zonnebloempitten van het seizoen weg en de duiven koeren er op los. Er zit beweging in de natuur! Het gras werd hier nog niet gemaaid. We houden van ‘wild’. Ons ‘gazon’ huisvest zowat van alles: mos, boshyacinten, viooltjes, paardenbloemen, madeliefjes en ja, hier en daar een sprietje gras. Een wereld van geluk voor allerlei kleine leventjes. We kijken het nog een tijdje aan, voor we er met vuile en moordende voeten en enigszins bezwaard hart, door banjeren. Morgen gaat Manlief over tot actie, daar waar de nieuwe schuttingen werden geplaatst en ons gazonterritorium met anderhalve meter groeide, wordt er gras gezaaid. Laten we hopen, dat er ook iets deftig groen zal van komen en niet alléén onkruid. Vol verwachting klopt ons hart!

de jaren

krijgen geen vat

op wat wij

samen meemaakten

niemand

die beter weet dan wij

hoe twee kleine jongetjes

een oneerlijke strijd

vochten voor hun leven

niemand

die beter weet dan wij

hoe machteloosheid voelt

hoe verdriet het hart sabelt

hoe het herinneren soms maalt

in ons hoofd

in ons hart

niemand

die beter weet dan wij

hoe zwaar de steen weegt

die we nu al jaren dragen

Doris Dorné – 15 april 2021

Nog geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *