De voorbije week had heel wat in petto! Zo bewandel ik al een zeker aantal dagen ‘Route 66’. Neen, je vindt me niet terug op dat stukje Amerikaans erfgoed, maar ik stak wel de grens van halfweg zestig over en krijg dus stilaan zicht op de zeven. Het is zwalpen tussen twee visies. Nog piepjong, volgens mijn beide vriendinnen, die ondertussen al tegen of over de acht aan zitten. Zij zien me nog als bitter jeugdig. Aan de andere kant staan de midlifers en hun kids. Vooral de kleinkids spotten elk ouderdomsteken. Ze wijzen me af en toe op de bruine vlekjes op mijn handen, de spataderen op mijn benen, de dubbele kin, hangende borsten … niets ontsnapt aan hun haviksoogjes. Zo wiebel ik dus tussen ‘jong’ voor de éne en ‘oud’ voor de andere. Een mens zou er zowaar een punthoofd van krijgen (grapje!). Lijf en leden zuchten inderdaad af en toe, maar terwijl het hoofd tolt van herinneringen waan je je soms nog éénentwintig. Realiteit is, dat er veel méér verleden is dan er nog toekomst zal zijn. Zoveel is zeker! Laten we gewoon hopen, dat ‘Route 66’ begaanbaar blijft.

Na nog maar een paar dagen op die route, was vorige maandag al goed voor een stevig stressmomentje. Om zes uur ’s morgens gewekt door een alarmerend ‘klokken’ van het toilet. Bleek dat ik toch nog redelijk lenig uit mijn bed kan springen in tijden van nood! Buiten regende het een zondvloed water en ja, de straat stond blank, de afvoer kon het slikken niet meer aan. Ik had zo’n déjà vue gevoel en zag het waterpeil stijgen tot een stuk op de oprit. Het was warm en verder doodstil in de straat, want al onze buren sliepen nog de slaap der onschuldigen. Vriendin van rechtover kwam even later een kijkje nemen, we konden bij elkaar niet komen, want het water was veel te diep. Tijd voor een lach was er nog wel. Zo is dat, als je denkt aan al die mensen aan de andere kant van het land, die hun ganse hebben en houden kwijt zijn, terwijl jijzelf toch nog maar tot je enkels in het water staat. Het water trok gelukkig snel weg en nog geen uurtje later stonden we weer op het droge. Geen waterschade, enkel wat nattigheid, het vermelden eigenlijk niet waard, in onze kruipkelder. Op televisie en radio leek het wel of onze wijk aan het verdrinken was. Telefoontjes, mails, berichtjes … velen bleken begaan met ons lot. Het overroepen door de media bezorgde me een schaamtegevoel. Alsof Vlaanderen ook zijn ‘ramp’ moest hebben! Bij deze dus: hier stond het water niet hoger dan zo’n dertig centimeter, vielen geen doden, werden geen huizen meegesleurd, moeten geen inboedels op straat gegooid worden. Laten we een klein beetje deemoedig blijven, onze handjes kussen en gewoon dankbaar zijn.

Dinsdagnamiddag mocht ik op de koffie in het vakantiehuisje van een vriendin. Een vissershuisje, gebouwd in 1880, gelegen midden de duinen. ’t Was even zoeken, maar wie zoekt, die vindt. Pure nostalgie overviel me bij het uitstappen. Die duinen! Ik zag mijn jeugd langs glijden. Al die kinderjaren, die we in de duinen spendeerden, het mos waar ik zo van hield, de struiken waar we kampen en hutten in bouwden. Het passeerde allemaal de revue. En dan dat huisje … hoe klein de mensen vroeger woonden, hoe laag de zoldering was, hoe smal de bedden, het bijgaande bakhuisje met de oven en alle nodige attributen nog aanwezig … een ware ‘voetjes op de grond’ beleving. Want wie zijn wij, de eeuwige klagers? Wij zijn de verwaande verwenden. Wij hebben teveel van alles en willen steeds meer. De duinen uit mijn kindertijd zijn ondertussen spoorloos verdwenen, opgelost in het niets. Ze moesten plaatsmaken voor hoge gebouwen en honderden appartementen. Koffie drinken in dat vissershuisje bracht me even terug naar de tijd van toen en deed me beseffen hoeveel er in al die jaren verloren is gegaan. Het oude vissershuisje gaf me een instant gevoel van geluk, al weet ik, dat de mensen die er leefden het allesbehalve makkelijk hadden. Daarom … moeten wij verwende nesten, vaker een beetje tevreden zijn met wat we hebben.

ik was ooit kind

kind van de zee

kind van de duinen

ik had als kind

de vrijheid

van water en zand

van gaan en komen

waar ik maar wilde

ik was het kind

van korrels

tussen de tenen

en zout in de haren

ik had alle geluk

maar heb dat

pas nu ervaren

Doris Dorné – 29 juli 2021

2 Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *