Ze schrijft wekelijks een herkenbare column in een sympathiek damesblad. Een column achteraan het blad, dus makkelijk terug te vinden en bij velen gegeerd als eerste leesvoer. Ook ik kies telkens weer om met haar schrijfsels te beginnen en pas daarna het resterende leesvoer te doorbladeren. Een paar weken terug schreef ze, na een herseninfarct van haar echtgenoot, over ‘ontluistering’. Ik herkende er zoveel in, want ooit maakten mijn ouders hetzelfde mee en als statement kan het misschien, binnen afzienbare tijd, ook wel voor ons tellen. Ze beschrijft hoe de dame van sociale dienst met droevige ogen oordeelt over de nadelen van het huis waar ze zich zo goed in voelden. Zij komt immers richtlijnen geven, om het de zieke zo comfortabel mogelijk te maken. De moderne tafelstoelen zonder armleuningen zijn te moeilijk, de pas vernieuwde badkamer blijkt volgens haar te klein, de makkelijke zetel van alledag net als het bed, te laag. Zo was het ook bij mijn ouders. Een sociaal assistente nam ooit mijn vader, die ook moeilijk mobiel was na een herseninfarct, uit het ziekenhuis mee in een flashy sportwagen. Nog altijd vraag ik me af, hoe ze hem daarin geplooid kreeg! Ook zijn zetel werd verhoogd met houten blokken, zodat hij makkelijker rechtop kon komen. Natuurlijk is het alleen maar de bedoeling, het leven makkelijker te maken voor zij, die hulp nodig hebben, maar ik begrijp het gevoel van de journaliste. Het gevoel van ‘ontluistering’. Wat zo goed voelde, blijkt het niet meer te zijn. Niet alleen het huis moet aangepast, maar ook de bewoners. Een volledige ommezwaai van alles wat een dag tevoren zo evident bleek. Het vraagt eventjes tijd, om te aanvaarden, dat wat was niet meer is. Zo moeilijk voor de zieke, maar even zwaar voor de (ver)zorgende. Zelf lig of zit ik hier nu al langer dan twee maanden niks te kunnen. En dan gaat het uiteindelijk maar om een gebroken voet. Ik zie hoe Manlief alles uit de kast haalt en zijn uiterste best doet, om de boel draaiende te houden. Ik ben er hem dankbaar voor, maar evengoed voel ik me schuldig over mijn verplicht ‘niksen’ en het afhankelijk zijn. Ik heb alle begrip voor die lieve journaliste, over het gevoel van ‘ontluistering’. Jaren geleden zat ze hier bij mij aan tafel en schreef ze een artikel over Benjamin en mijn gedichtenbundels. Ze vertelde me toen, dat haar echtgenoot ook poëzie schreef. We waren allebei nog niet aan ‘ontluistering’ toe. Nu stilletjes aan wel.

Nog geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *