Patiënt zijn, dat wil zeggen: overgeleverd aan anderen, ondergaan, vertrouwen hebben. Eén van mijn vele mindere puntjes dus. Het is dan ook de eerste keer, dat ik écht moet leunen op mijn medemens (figuurlijk en letterlijk dan nog). Ja, ik heb moeite met dat ‘vertrouwen’. Niet, dat de mensen die me omringen hun beste beentje niet voorzetten, integendeel. Het probleem ligt volledig bij mij. Altijd al angstig geweest bij dokter, tandarts, oogarts … die beslissingen nemen in jouw plaats. Terecht, want zij dragen de kennis, die wij niet hebben. Maar, de patiënt voelt toch altijd zijn eigen pijn en daar wordt af en toe te schouderophalend over gedaan. Na bijna drie maanden zit en lig werk, bleef ik maar sukkelen met een wondje en rode huid op mijn voet vol ijzerwerk. Sedert een paar dagen laat ik bewust de ‘reuzenlaars’ af (het mocht van de dokter) en kijk, de genezing gaat een stuk vlotter. De pijn van mijn gebroken voet kan ik plaatsen, maar wondjes die blijven sluimeren en terugkomen, daar heb ik het moeilijk mee. Hoeveel mensen liggen in het ziekenhuis, die voelbare pijn aanwijzen, maar niet gehoord worden?

Ook hier was mijn verblijf in het UZ Gent met Benjamin, een soms triest ervaren en harde leerschool. Sommige kinderen zaten ganse dagen alleen in hun glazen kamertje, wakende ouders zag je er niet. Niet elke vader of moeder kreeg ouderschapsverlof of verlof zonder wedde, om dagelijks bij hun doodzieke kind te kunnen zijn. Terwijl dat eigenlijk een eerste vereiste is, want op zo’n afdeling is mama of papa op post méér dan nodig. Zo kreeg Benjamin ooit zijn chemokuur toegediend en sprak hij van pijn in zijn armpje. De verpleging, vaak overbelast, kwam op mijn vraag kijken. Eventjes piepen onder het verband, niks aan de hand. Toch bleef de pijn en wat bleek, toen ik nog maar eens op de bel had gedrukt? Het infuus zat niet goed, de medicatie was naast de ader gelopen en had een dikke bult gevormd op zijn arm. Sedertdien rinkelde er, bij het duiden van pijn, veel vlugger een alarmbelletje bij mij en stond ik veel meer op mijn strepen als moeder. Ook de tweede keer, toen zijn porth a cath (onderhuidse catheter) hem parten speelde. We zaten in de steriele kamer en de arts kwam een kijkje nemen. Eerst vond ze geen aanwijzing voor de klachten, maar ik gaf niet af (je wordt echt een wolvin) en even later moest hij opnieuw geprikt worden, in zijn arm, want de plaats waar de catheter zat, was volledig ontstoken. Best dus, dat wij, ouders, bij momenten wolven en wolvinnen werden/worden! Het UZ Gent was dus een leerschool van hoe het soms niet moet. Wie als patiënt pijn ervaart, moet gehoord en ernstig genomen worden. Natuurlijk zijn dokters en verpleging ook maar mensen, die vaak tegen de klok heen en weer rennen en in de eerste plaats willen helpen. Toch mogen ze in hun ‘snelheid’ niet nonchalant langs de aangifte ‘pijn’ voorbij razen. Als patiënt voel je immers jezelf.

misschien

is het bij momenten

wel ergerlijk

het vele praten

en terugwijzen

naar toen

ik zie het

aan het fronsen

van wenkbrauwen

ik hoor het

in het vaak

zwaar verzuchten

rondom mij …

misschien

is het bij momenten

beter te zwijgen

over de dingen

die ik meedraag

van toen

misschien …

maar alles

gedaan

geleerd

gezien

is niet monddood

te krijgen

Doris Dorné – 14 maart 2022

Nog geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *