We hebben tropische temperaturen achter de rug. De zomer in al zijn glorie hield de laatste dagen grote sier. Het was zweten van aan de kust tot op de weide van de Graspoppers. Tijd om samen met die eerste zon terug te denken aan de zomer- of jeugdliefdes van toen. Een mens moet soms wat met zijn herinneringen. Toegegeven, ook ik duik vaak terug in de tijd van de zomeravonden vol romantiek, die nooit bleven duren. Of aan de jeugdliefdes, die ooit mijn pad kruisten en vaak geen lang leven beschoren waren (dat lag dan vooral aan mij). Toevallig kreeg ik een paar dagen geleden ook een mail, van een jeugdliefde van mijn zus, die op doorreis in Frankrijk, de plaats wou bezoeken waar ze gestorven was. Ze was achtenveertig toen ze bijna zestien jaar geleden stierf, op vakantie in het Franse Zuiden. Een foto, tien minuten eerder genomen, toont haar lachend naast haar toenmalige vriend op het terras van hun toenmalige huisje. Mijn zus was anders dan ik. Mannen vielen als een blok voor haar. Ze had iets: een oogopslag, een schouderbeweging, een verlegen glimlach … en ze waren verloren, de sterke geslachten. Niet, dat ze het erop aan legde, ze droeg het gewoon in haar en was bovendien nog knap ook. Het begon rond haar vijftiende. Toen al hielden mogelijke kandidaten de wacht aan onze voordeur. Mijn moeder kreeg er het heen en weer van. Er waren serenades met gitaar op de zeedijk, er was de jongen die elke dag verlangend, door weer en wind, met de fiets kwam. Een zomerse Canadees en een Waals Italiaanse Belg behoorden tot de vakantieliefdes. Later vond ze haar grote liefde op school. Ze gingen samenwonen, maar het liep enkele jaren later op een sisser uit. Ook de volgende liefde bleef niet duren, al was er dan een dochter van zeven. Tussen al die jeugd- en zomerliefdes door, passeerden er nog vele anderen de revue. Zo was er ooit het Surinaamse orkest. Tijdens de pauze stond Zus op de overloop van de zaal in haar ééntje tegen de muur geleund. Vijf minuten later was ze omringd door al die mannen. Ze correspondeerde een tijdje met één van hen. Veel van haar jeugdliefdes contacteerden me in de loop der jaren, met de vraag hoe het met haar ging of ze spraken me aan over vroeger. Vergeten is ze zeker niet, mijn zus met de oogopslag, de schouderbeweging, de verlegen glimlach waar zoveel jongens en mannen voor smolten. Ooit vroeg ik aan Echtgenoot wat zij méér had dan ik: charme, antwoordde hij. En inderdaad, ik ben wars van zwoele blikken, vloeiende schouderbewegingen en geheimzinnig glimlachen. Ik ben (was) ook niet zo knap als mijn zus. Maar … ik heb zeker warme herinneringen aan mijn zomerliefde. En neen, het hoeft geen zomervakantie te zijn, om nu en dan eens monkelend terug te denken aan die jongen van toen. Alleen vraag ik me soms af, of ik hem ook ben bijgebleven, net zoals mijn zus bij haar zomer- en jeugdliefdes. Soms zou ik dat wel eens willen weten.

Nog geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *