Gisteren een leuke namiddag gehad met drie vriendinnen, daterend uit een lang vervlogen schooltijd. Met vier aan tafel, jonge meisjes in ons hoofd, maar elk van ons tegen de zeventig aan, getekend en verwond door het leven. Elk met een eigen verhaal, dat van start ging toen we de hogere humaniora aan het Koninklijk Atheneum te Veurne achter ons lieten, volgend jaar zo’n vijftig jaar geleden. Toen waren we nog ‘piep’, lag de toekomst voor ons. Onbezorgd en onbezonnen sprongen we gulzig het leven in en leerden dat niet alles altijd rooskleurig verloopt, dat er in een mensenleven tal van obstakels je weg kunnen kruisen. Toch was het gisterennamiddag gewoon intens genieten van het weerzien. Onze spieren pruttelen dan wel tegen, ’s morgens bij het uit bed ‘rollen’, maar in ons hoofd zijn we ‘piep’ gebleven. Naast al het meegemaakt verdriet is er vooral de herkenning en het besef, dat we er nog zijn voor elkaar en dat we herinneringen, mooie en trieste, kunnen delen. Bovendien liep ik ’s morgens onverwachts nog een klasgenoot tegen het lijf. De enige jongen uit onze klas, toen verlegen en stil tussen al het vrouwelijke geweld, opengebloeid tot toffe man. Een dagje ‘terug in de tijd’!

Ondertussen zijn Zoonlief en Veerle al een tijdje in de weer met het bouwen van een nieuwe woning. Ook dat gooit een mens ‘terug in de tijd’. Plots is er het besef hoeveel werk je zelf ooit verzette en wat een cadeau mijn vader toen was. Dan neem je dat fotoboek in handen en sta je weer tussen bakstenen en bergen zand. Plots ben je weer twintiger, nog kinderloos en sla je aan het bouwen. Gelukkig heb je dan een vader, die sedert zijn veertiende in de bouw werkt (je wenst het je eigen kinderen niet toe) en die de knepen van het vak kent. Gelukkig heb je dan een man met gouden handjes, een ‘kan alles zelf pakket’ en gelukkig ben je dan ook zelf niet wars van een handje toesteken. Je leert ook, dat een huis bouwen en alles wat er rond hangt (lening en dergelijke) voor de nodige stress zorgt, dat niet alles altijd van een leien dakje loopt. De foto’s van toen tonen een stuk braak liggend grond in een nieuwe verkaveling. Nergens een huis te bekennen, zicht tot in Nieuwpoort Bad. Vijfenzeventig bouwklare percelen en wij die het startschot gaven. Daarna de kruipkelder, de betonblokken die ik met kruiwagen naar beneden reed. Mijn vader die metste en metste, Manlief als diender. Niet veel later de opbouw van de muren, het dak. Je ziet als het ware ons huis uit de grond kruipen. Ik die zand zeef voor de mortel. Ik die de put rondom de kelder, met vrachtwagens zand, kruiwagen per kruiwagen, opvul. Een jaar werk! En ik bedenk, dat we bergen hebben verzet zonder het zelf te beseffen. Mijn dankbaarheid naar mijn vader toe was altijd al groot, maar wordt nu nog groter. Het komt allemaal terug als we de werf van Zoonlief en Veerle bezoeken. Het oogt mooi en veelbelovend, hun nieuwe stek. De bouwfirma verzet de bergen, onze kroost moet alleen een oogje in het zeil houden. Hopelijk zitten ze volgende zomer, zonder veel tegenslag en strubbelingen, gelukkig en wel in dit nestje!

het is …

een zilveren draad

die ons bindt

van jong tot ouder

van onbezorgd tot getekend

blijft er toch altijd

het niet vergeten

van elkaar

zodat we nu

bij terug in de tijd

met een lach en een traan

elkaar tot troost zijn

in herkenning

bij een kop koffie

en stukje gebak

Doris Dorné – 23 september 2022

Nog geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *