Het moet gezegd … we reden het voorbije lange weekend een scheve coronaschaats. Na acht maanden gaven we twee van onze kleinkids groen licht om eindelijk nog eens te komen logeren. De jongste telde de ganse week de uren af en liep zingend door het huis. Ze kon niet vlug genoeg in Nieuwpoort zijn. Schattig toch? Samen met broer een paar dagen aan de zee, niets kon haar blijer maken. Ze hadden hun programma al uitgestippeld. Op de fiets naar de gekende speeltuintjes hier niet veraf, een bezoekje aan de speelgoedwinkel, een halfuurtje strandgenoegens en een ritje met een gehuurd ‘karretje’ in de vroege ochtend op de zeedijk (kwestie van ongelukken te voorkomen met hordes wandelende toeristen). We liepen ook langs in de schoenenwinkel en namen terzelfdertijd ook nog een visite aan Dreamland mee. Beiden waren dik tevreden! Zelf zorgden ze voor de broodnodige coronavitamientjes, waar wij zo’n nood aan hebben. Niets interessanter dan een gesprek met twee kleinkoters van negen en zes op de achterbank van de auto. Het begon over wie de baas was. Ik over hun papa, zeiden ze, en hun papa en mama dan weer over hen. En hoe je dan een kind kreeg waar je baas over kon spelen? Daar was een zaadje voor nodig, zei kleinzoon en die zaten in zijn ‘nootjes’, want het woord ‘b …’, dat mag je niet gebruiken. ‘Balletjes’, lachte ik. Waarop de jongste antwoordde: ‘meisjes hebben geen ‘ballen’ maar ‘eieren’ en die moeten ze uitbroeden!’. Achter het stuur kreeg ik een ingehouden slappe lach. Vitamientjes! Kleinzoon voegde er nog aan toe, dat je om kindjes te maken het zaadje bij het eitje moet brengen door te ’s … n’. Hij sprak het ‘s’ woord niet uit, want ook dat mocht niet. Seks, zei ik. Ja, zei hij, maar daar doe ik niet aan mee, want dat is vies. Vitamientjes! Gisteren zijn Zoonlief, Veerle en Zus Hebe hen komen ophalen. Vanmorgen onder het dweilen, kreeg ik weer binnenpretjes. Ik bedacht, hoe anders deze kinderen in het leven staan dan wij, toen we zes of negen (én ouder) waren. Wij wisten van toeten noch blazen. Kregen van onze ouders mee, dat we goed moesten opletten met jongens, want anders zouden we met een ‘pakje’ thuiskomen. Ik vraag me af, of die ‘goede raad’ misschien zijn oorsprong vond in het feit, dat de zus van mijn moeder, ooit twee kinderen kreeg van onbestemde vaders. Het zal natuurlijk ook aan de tijdsgeest gelegen hebben, maar het heeft velen van ons met een verwrongen beeld opgezadeld. Ik hoop, dat er nog veel van die voorlichtingsgesprekjes plaatsvinden op de achterbank van onze auto, zo blijf ik een beetje up to date met de jeugd van vandaag. Hij heeft me méér dan deugd gedaan, deze vitamientjestherapie. Op naar de volgende!

zo schattig

het tweetal op de achterbank

legt hun hart bloot

ik geniet in stilte

van dat werelds weten

dat nu al speelt

in hun kleine hoofdjes

waar ze met schroom

maar méér dan overtuigend

nu al over praten

Doris Dorné – 17 mei 2021

2 Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *