Jaarlijks stip ik de dag aan op de kalender … 12 mei. Geen verjaardag, geen sterfdatum, maar een persoonlijk herinneren van de dag waarop ik in 2003, negentien jaar geleden, door de rechtbank buiten vervolging werd gesteld voor de moord op mijn kind. Het was een zonnige dag, toen ik in het gerechtsgebouw te Veurne aan tafel plaatsnam naast vier rechters. Ik wou absoluut bij het ondertekenen van de besluiten zijn en ze ook zeker in handen hebben.

Vier maanden eerder, januari 2003, werden Manlief en ik in de vroege uurtjes van ons bed gelicht door de federale politie, na een uitzending van Telefacts waarin ik getuigde over het sterven van mijn jongste. Eric Goens stond toen aan het hoofd van het programma.

Veel mensen dachten, dat ik aan het programma meewerkte uit ‘mediageilheid’, niets was minder waar. De vraag kwam uit de medische middens van het UZ Gent. Of ik het zag zitten te getuigen over het helpen sterven van Benjamin, naar aanleiding van de discussie over euthanasie. Ik stond er voor open, want ik zag het sterven van mijn kind niet als euthanasie, maar enkel en alleen als ‘moederliefde’. Het was buiten de media gerekend (kranten), die me al aan de schandpaal nagelden nog voor het programma op televisie kwam. Het Laatste Nieuws kopte: dit is moord, het gerecht moet reageren! En zo gebeurde. Elf lange uren beleefden Echtgenoot en ik bij de politie. Laat in de avond verscheen ik voor de onderzoeksrechter, die me in vrijheid stelde.

Niettegenstaande het schuldgevoel en het mezelf verwijten, dat ik anderen in mijn verhaal meesleurde, heb ik sedertdien nog geen moment spijt gehad van die reportage. De grote heisa er rond had ik niet ingeschat, maar ik zou het zo nog eens doen. Elf uur arrest gaat sowieso in je kleren zitten, maar spijt … NOOIT. Ik was en ben overtuigd, dat een kind niet mag, niet moet sterven op de manier waarop Benjamin stierf. Het is een volwassen stervende mens gegund, om voor een zachtere dood te kiezen, maar mijn kind moest ‘ lijden en aftakelen’ terwijl hij, zes jaar oud, smeekte: ‘zo kan het toch niet langer, mama’. Dat er uiteindelijk, veel te laat, toch ingegrepen werd, kwam door het feit, dat zelfs dokters en verpleging het niet langer konden aanzien. Zelf sta ik nog altijd pal achter mijn beslissing: mijn kind helpen in dit eindeloos sterven. Mijn mooie jongetje, mijn hartenventje, op dat ogenblik nog enkel botjes en beentjes. Zijn handje in mijn hand een naar hulp klauwend vogelpootje. Nog altijd verwijt ik mezelf, het zo ver te hebben laten komen. Zoveel pijn en afzien, daar was mijn kind niet voor gemaakt. Daar is geen enkel kind voor gemaakt.

12 mei 2003 … negentien jaar geleden, de rechter tekende, na voorlezing, de documenten voor buiten vervolging stelling … natuurlijk, zei hij zacht, terwijl zijn pen over het papier ging. En ik … ik bedankte hem. Het was zonnig buiten, net zoals vandaag.

toen was jij zes

klein lijfje

groot hart

warm hoofd

in gedachten

plooi ik

jouw verhaal

tot nu

tot nog altijd

kleine jongen

van zes

Doris Dorné – 12 mei 2022

Eén reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *